Vraag en antwoord

Vraag en antwoord

Uw vraag is bij FUSACON B.V. in goede handen

FUSACON adviseert industriële bedrijven  bij de implementatie van functionele veiligheid en CE-markering in de dagelijkse praktijk. Regelmatig ontvangen wij vragen van relaties over CE-markering en functionele veiligheid. Een groot aantal van deze vragen kunnen ook voor u van belang zijn. Daarom vindt u hieronder de mogelijkheid om het archief van de al eerder aan ons gestelde vragen in te zien.

Waar ligt het kantelpunt tussen veiligheidtechnisch en economisch verantwoord investeren in een machine? Investeren in maximale veiligheid is vaak (te)duur!

Uw vraag gaat eigenlijk over de noodzaak van toepassing van (bepaalde) risicoreducerende maatregelen op een machine. Allereerst moet de vraag beantwoord worden of het gaat om een nieuwe of bestaande machine. In het geval van een nieuwe machine/installatie is navolging van de maximale eisen uit de Machinerichtlijn wettelijke vereist omdat deze eisen zijn opgenomen in het Warenwet Besluit Machines. De Machinerichtlijn vereist bij de keuze van de risicoreducerende maatregelen toepassing van de stand der techniek. De stand der techniek is vastgelegd in diverse Europese EN-normen. Hierin zijn zeker bij de C-normen heldere minimumeisen weergegeven. Kortom, als je als machinebouwer een machine bouwt is navolging van de ‘stand der techniek’ een must. Als het gaat om een bestaande machine is navolging van de minimum voorschriften uit de Arbeidsmiddelenrichtlijn verplicht. Deze eveneens wettelijke eisen zijn opgenomen in het Arbobesluit van de Arbeidsomstandighedenwet. In het verleden werden in de Arbobeleidsregels direct Europese EN-normen gekoppeld aan eisen uit het Arbobesluit. Nu geldt als algemene regel dat aanpassingen van machines moeten worden uitgevoerd volgens de ‘stand der techniek’ (lees: Europese normen).

Sommige fabrikanten claimen SIL2 of PLd voor een enkelvoudige sensor (bijv. NAMUR). Hoe kunnen ze dat halen?

Een enkelvoudige sensor kan een SIL 2 of PLd halen doordat er sprake is van automatische diagnose van fouten in de sensor of in externe logica. Volgens tabel 5 van de norm EN 62061 dient een eenkanalig systeem een Safe Failure Fraction van tussen 90% en 99% te bezitten om een SILclaim van SIL 2 te kunnen behalen. Heel vaak wordt er bij het opgeven van een SIL of PL level van een sensor uitgegaan van een stuk detectie in veiligheidslogica. Het verdient aanbeveling om de gebruiksaanwijzing van de sensor goed door te lezen en vast te stellen welke maatregelen je als gebruiker moet nemen.
Sensoren volgens NAMUR (Normenarbeitsgemeinschaft für Mess- und Regeltechnik in der Chemischen Industrie) laten een bepaalde stroom door. Door dit stroomverbruik zijn de sensoren ongevoelig voor de voedingsspanning. Er worden vier werktoestanden onderscheiden, zodat ook een defecte sensor door een analoge veiligheidsingang wordt gedetecteerd. De stroomwaarden resulteren in een bepaalde melding of conclusie, te weten:
−Stroom <0,1 mA                  ⇒ Draadbreuk, stuurkring open −Stroom > 0,1 en <1,65 mA  ⇒ Sensor operationeel, geschakeld/detectie (logische 1) −Stroom > 1,65 en < 8 mA    ⇒ Sensor operationeel, niet geschakeld/geen detectie (logische 0) −Stroom >8 mA                     ⇒ Kortsluiting er loopt een maximale stroom.
Een sensor kan onveilig in storing raken zonder defect te zijn en niet worden opgemerkt ondanks de NAMUR sensor. Dergelijke fouten worden kunnen worden ondervangen bijvoorbeeld door een gescheiden testkanaal te realiseren.